Aangekomen in Darwin!

Bloged in Australie 2006 by Olaf1 Monday September 4, 2006



Sinds de vorige weblog zijn er bijna twee weken overheen gegaan. Een tijd die wij voornamelijk in de outback hebben doorgebracht, en waar de moderne tijd zoals internet/GSM en een normale douche nog moet worden uitgevonden. Ik zal hieronder in het algemeen weergeven wat we hebben gedaan, en daarna even in het “ kort” per dag. De laatste middag in Broome hebben we nog gezwommen op het fameuze cable Beach bij Broome. ’s Avonds een All you can eat buffet genomen in een restaurant omdat dit voorlopig de laatste fatsoenlijke maaltijd is. Hierna gaan we namelijk de Kimberleys in. Een onherbergzaam gebied in het noord-westen van Australië. Ruwweg gelegen tussen Broome en Kununurra (1000 km). Het bestaat uit vele rivieren die diepe ravijnen hebben uitgesleten en boab bomen. Dwars door de Kimberleys loopt de fameuze Gibb River Road. Deze zandweg is in de 60’er jaren aangelegd om vee te kunnen transporteren van alle enorme boerderijen (tot wel 500.000 hectare per boerderij). Dit is dus een zeer afgelegen gebied waar je niet al te veel mensen tegen komt. De mensen die je spreekt en ziet zijn vooral op weg naar het zuiden “omdat het in het noorden zo warm is”. En dat terwijl ik zes weken geleden nog mensen heb gesproken die naar het noorden gingen omdat het hier (Melbourne, Adelaide) zo koud is! Daarnaast zijn de schoolvakanties afgelopen zodat het overal weer rustig is. De meeste tijd hebben we dus weer op natuurcampings geslapen, en zodoende dus afgesloten van de voorzieningen. De Kimberleys lijkt echter wel een grote voliere. Overal zie en vooral hoor je vogels (ook ’s nachts!) zoals Kaketoes, Lorekieten, Cockabura’s en de bowerbird, etc. De hele dag door en vooral rond de schemering hoor je de beestjes tekeer gaan. Ondanks dat er geen GSM-netwerk aanwezig is, hoor je toch steeds het geluid of je een SMSje hebt ontvangen. We hebben deze vogel dan ook maar omgedoopt tot SMS vogel. Een ander punt is het als je ’s nachts opstaat om te gaan plassen je overal om je heen in de struiken geritsel hoort van van alles dat daar ’s nachts rond dwarrelt (spinnen, slangen, etc.). Dus maar niet te veel aan denken en snel de tent weer in. Over een paar dagen zal ik ook de foto’s weer op het net zetten zodat jullie kunnen zien wat ik steeds bedoel in mijn verhaal.
 

Dag 1:
Vroeg op, eerst 400 km naar het oosten gereden (over Highway) tot Fitzroy Crossing. Bij dit plaatsje ligt Geikie gorge. Deze gorge is anders dan de andere gorges aangezien deze gorge tezamen met Tunnel Creeck en Windjana Gorge deel uitmaken van de Napier Range en gelegen zijn aan de Lennard Rivier. De Napier range was 350 miljoen jaar geleden gewoon het “ great barrier reef” van Australië. De rotsen zijn dus een soort van koraal waarin ook nog allerlei versteende zeedieren in terug te vinden zijn. En nu worden de rotsen dus doorklieft door de Lennard River. In Geikie gorge hebben we dan ook ’s middags een boot toer gedaan. Heel spectaculair, een beetje als Katherine Gorge. Na afloop hebben we dan ook nog maar een wandeling gemaakt langs de rotsen en het water. Overnacht op een camping in Fitzroy Crossing.
 

Dag 2:
Op deze dag hebben we eerst de bandenspanning verlaagd om de kans op een lekke band te verminderen en vervolgens zijn we het zandpad op weg naar de Gibb River Road opgereden. De komende week en 1000 km zullen we dus geen asfalt meer zien. Eerst Tunnel Creek N.P. bekeken. Dit bestaat uit een lange grot (ca. 800 meter) waar een rivier doorheen stroomt. In onze zwembroek en bewapend met een zaklamp zijn we deze tunnel dan maar ingelopen. Halverwege liep Marcel tegen een waterslang (nee, niet die van Gardena!) aan. Vond ie niet leuk, raar!?
Aangezien halverwege een stuk van het plafond was ingestort kreeg je toch een goed beeld van de tunnel. Uiteraard zaten er ook weer vele grote vleermuizen (vliegende vossen) die om je oren heen fladerden. Aan het einde van de tunnel hebben we nog Aboriginal tekeningen gezien. Daarna nog even de ruines van het oude politiebureau van Lillimura bekeken. Een plek waar een grootscheepse slachting op de Aboriginal bevolking is begonnen. ’s Middags tent opgezt in Windjana Gorge en die daar ook met een fikse wandeling vereerd. De (zoetwater) krokodillen liggen hier met bosjes op de rivierbedding te zonnen. En laat nu net daar het wandelpad langs lopen……
 

Dag 3:
Op deze dag zijn we dan echt de Gibb river road opgereden richting Kununurra. De eerste stop was de Lennard River gorge. Hier weer een wandeling genaakt waarbij je de laatste 50 meter vrijwel stijl naar beneden moest klimmen. Maar het was de moeite waard aangezien je hier onder aan een waterval heerlijk (krokodil-vrij) kon zwemmen. Wel lag er nog een grote hagedis te zonnen die net uit het water was gekropen….
Daarna door naar Bell groge die in de Leopold range gelegen is. Hier tent opgezet op een veel te grote campeerplek en vervolgens een bloedhete wandeling naar de gorge gemaakt. Ook hier weer een waterval, maar daart kon je heerlijk liggen onder een natuurlijk afdakje van rotsen.
 

Dag 4:
Weer verder gereden, en als eerste de weg genomen naar Frank Hahns Boab tree. De weg ging door allerlei weilanden heen, dus moest iemand steeds uitstappen om het hek voor de koeien open en dicht te doen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee wie Frank Hahn was, maar hij heeft wel een hele tijd geleden FH in een Boab boom gekrast, en zodoende zijn wij er speciaal naartoe gereden (staat namelijk op de kaart). De Boab boom komt specifiek in de Kimberleys voor en zier eruit als een boom uit een sprookje. Hele dikke stam van waaruit als het ware weer gewone bomen groeien. Ik vind ze erg grappig, en je ziet ze hier dan ook overal staan. Na Frank Hahn’s Boab tree zijn we Adcock groge gaan bekijken. Behalve de weg ernaartoe niet spectaculair. Een waterdruppel-val. Daarna door naar Galvans gorge die op zich wel aardig was, en je kunt er zelfs zwemmen, wat we niet hebben gedaan want we hebben daarna onze tent opgezet bij Manning Gorge (wel eerst bij Mount Barnett Roadhouse een vergunning kopen!). Ondanks dat het alweer bloedheet was, en onze tent vlakbij een meertje lag, zijn we toch eerst een paar uur gaan wandelen naar de Upper Manning Gorge. Hier kon je weer heerlijk zwemmen in een prachtige omgeving.
 

Dag 5:
’s Ochtends nog gestopt voor een wandeling naar de Barnett River Gorge. Deze gorge hebben we alleen van boven gezoien en wij zijn hem dus niet in geweest. Vervolgens de Gibb River Road weer afgereden. Na de afslag naar Kalumburu werd de weg steeds slechter, maar het landschap steeds mooier! Overal paperbarks tree (witte eucalyptus bomen) die op steppe-afstand van elkaar staan en schitterende rotsformaties. Wel moesten we nog de Pentecoast River over. Een rivier van zo’n 60 meter breed met stromend water en het begin van de magniefieke Cockburn ranges op de achtergrond. Hierna kwam al snel de afslag naar El Questro. Dit is een boerderij van 400.000 hectare waar je ook kan camperen, en ze hebben zelfs een restaurant (en douches!!!!!). helaas moest je hiervoor reserveren (voor het restaurant dan, niet voor de douches), en dat hebben we dan ook maar meteen voor de volgende dag gedaan.
 

Dag 6:
Vlak bij El Questro is een warmwater bron: Zebedee springs heten. Een klein paradijs. Onder aan de rotsen, en omgeven van de Livingstone palmen ligt dus de warmwater bron. Via allerlei kleine stenen en rotsen sijpelt het water in kleine poeltjes alwaar de palmen pal langs en in groeien. Hier heerlijk een paar uur in het water gelegen. Vogels, vlinders en het kabbelen van het water dat via mini-water-valletjes naar beneden klerreren en overal palmen om je heen: Heerlijk!
’s Middags hebben we de wandeling gemaakt naar Emma Gorge. Ook hierbij heeft een recente cycloon weer veel verwoest. Boven aangekomen hebben we gezwommen bij de waterval die nu (in het droge seizoen) beperkte proporties heeft aangenomen. ’s Avonds lekker een 350 gram grote steack besteld in het restaurant; eindelijk weer eens lekker gegeten.
 

Dag 7:
Nadat we uitgecheckt hadden en we eindelijk onze watertanks weer eens aan het vullen waren was er grote commotie. Een bosbrand bij Zebedee springs. Omdat de ontsluitingsweg er vlak langs loopt zijn we maar snel weggegaan voordat we door het vuur ingesloten zouden worden. Hoe het nu gesteld is met Zebedee Springs weet ik dus niet. Vervolgens de Gibb River Road helemaal afgereden totdat we weer op de highway terecht kwamen. Wat een genot. Een auto die niet steeds aan het trillen is. Wel bleef er maar stof uit het ventilatie systeem van de auto komen. Ook hebben we op de Gibb River Road geen lekke banden gekregen!! We hebben wel vele auto’s gezien die dat wel hadden. Bij een roadhouse weer volgetankt en ijs gekocht voor de koelbox: Koud Bier!!!!
Daarna naar het zuiden gereden alwaar de “weg” naar de Bungle Bungle (Purnulu N.P.) begint. Dit pad bestaat uit haakse bochten, stijle hellingen die abrupt eindigen (en dan maar zien waar de weg naartoe gaat). De weg ernaartoe (50 km) in Rally style genomen en dus flink wat auto’s ingehaald. Er stond 3 uur voor gepland, maar we waren er al na 1 ½ uur. Dus hadden we nog tijd om één wandeling van 2 uur te maken in het park voordat we onze tent weer moesten opzetten.
 

Dag 8:
De Bungle Bungle’s of Purnulu National Park is pas in 1983 “ontdekt” door een televisieploeg die er toevallig verzeild was geraakt. Het bestaat uit koepelvormige rotsformaties uit rood/zwart gesteente. De stenen zijn zwart geworden door de inwerking van cyanobacterien. De eerste dag hebben wij gewandeld bij Echidna Chasm (een grote spleet in de rots). De tweede dag hebben we ’s ochtends gewandeld bij Piccaninny Creeck (Cathedral Gorge, Piccaninny walk en Domes walk) en ’s middags bij de Mini Palms gorge. De zonsondergang hebben we bekeken bij Walangindji lookout. De Bungle Bungle’s of Purnulu National Park is één van mijn hoogtepunten van Australië.
 

Dag 9:
Dit is voornamelijk een reisdag geweest van de De Bungle Bungle’s of Purnulu National Park via Kununurra (inkopen gedaan) en Lake Argyle (groot kunstmatig meer voor irrigatiedoeleinden (hier hebben we gelunched) naar Keep River National Park (3 km over de grens van West Australië alwaar we 7000 km hebben gereden!). Daarna nog de Aboriginal rotstekeningen gezien en vervolgens camp opgezet.
 

Dag 10:
Deze dag hebben we geheel doorgebracht in Keep River National Park en aldaar alle wandelingen gemaakt die mogelijk zijn. Waren we om 14:00 uur mee klaar (12 km in totaal). De rest van de middag dus maar op de “camping” gezeten. Wel zitten we nu in de Northern Territory en is de klok 1 ½ uur vooruitgezet. Dus pas om 19 uur donker en om 7 uur licht. Eindelijk weer eens normale tijden!
 

Dag 11:
Weer een reisdag. Dit maal van Keep River National Park via Katherine (gelunched) naar Litchfield National Park. Net voor zonsondergang gezwommen bij het pittoreske Florence Falls. Hier ben ik twee jaar geleden ook al geweest. Overnacht op de camping bij Florance Falls (o, ja: samen met 200.000.000.000 vliegen).
 

Dag 12:
Vertrokken vanuit Litchfield National Park. Op de weg nog de Termite Mounts bekeken. Dit zijn velden vol met termieten heuvels (2 soorten: Kathedraal vormige en Magnetische (dit zijn platte hevels die noord-zuid gericht zijn)). Daarna doorgereden naar Darwin om in te checken in het Hostel. Vanwege een computerprobleem kon dit niet, zodat we uiteindelijk de auto om één minuut voor 12 hebben ingeleverd (uiterste inlevertijd was 12:00 uur: No Worries!). In totaal hebben we precies 8011 km gereden. Tezamen met de 4000 die ik al over het land had gemaakt heb ik in deze vakantie dus 12.000 km over land afgelegd. Nu vanmiddag dus nog wat in de stad rondgehangen. Vanavond lekker eten en morgenochtend vertrek de shuttle bus om 5 uur naar het vliegveld. 33 uur later zullen we dan weer in Nederland aankomen (na 7 zeven weer op vaderlandse bodem!). Ik zal dan de foto’s op het net zetten!
 

Darwin, 4 september 18:00 uur

22 queries. 0.202 seconds.
Powered by Wordpress
theme by evil.bert