Negende verslag vanuit Alice Springs

Bloged in Australie 2004 by olaf Saturday August 21, 2004

Zo na de drukte heb ik weer even tijd om de boel bij te werken. Zoals gezegd heb ik de eerste dag in Cairns eindelijk eens een beetje kunnen bijkomen en de was etc. kunnen doen. ’s-Avonds nog met Marc naar een vriendin van hem geweest die ook in Cairns verbleef. Zij was al vijf (!) weken de hele dag een beetje in het Hostel aan het ronddwalen en dus blijven hangen in Cairns (of all places!). Overigens wel in een zeer goed Hostel (Gilligans) dat eigenlijk meer op een resort lijkt (kortom moral van het verhaal de meeste backpakers willen ook gewoon in een luxe hotel maar kunnen dat gewoonweg niet betalen en geven er daarom op af!). Nu moet ik eigenlijk nog wel eens wat zeggen over al die Backpackers hier. Volgens mij zijn er grofweg 3 verschillende groepen. De eerste zijn de 18-24 jarigen die meestal net een studie hebben afgemaakt en dan geld krijgen om op reis te gaan. Deze groep maakt het helemaal niet uit waar ze zijn maar willen vooral de hele dag feesten (je weet wel voor het eerst weg uit de vertrouwde omgeving gaan alle remmen letterlijk los). Sommigen komen wel op een 1-jarig working-holiday visum en nemen dan wel alle baantje aan die ze kunnen krijgen (zo kwam ik een Duits meisje in Sydney tegen dat Cock-rings op de Sexpo verkocht!). Maar meestal verdrinken ze het verdiende geld dezelfde avond weer waardoor ze meestal niet verder komen dan 1 plaats. De tweede groep bestaat grofweg uit 20-30 jarigen en die gaan er een jaartje tussenuit omdat er iets mis is in hun leven (studie loopt niet, weten niet wat ze moeten doen, relatie uit, ontslagen, etc.). Deze groep (is denk ik de grootste) komt naar Australie om eens goed over hun leven na te denken. Ze komen meestal op een 1-jarig working-holiday visum en proberen met baantjes af-en-toe wat geld bij te verdienen (maar hebben hier meestal geen zin in). Om vooral maar geen geld uit te geven blijven een heleboel van deze lui ergens hangen en doen de hele dag dan ook niets. Zo heb ik mensen in bijvoorbeeld Hervey Bay ontmoet die daar al drie weken zitten maar nog niet eens naar Fraser Island zijn geweest.
De laatste groep zijn de mensen die gewoon een aantal weken (of maanden) op vakantie zijn. Dit is grofweg de groep 25-35 jaar (natuurlijk ook ouder, maar dan kom ik ze meestal niet meer tegen in een hostel met stapelbedden). Deze zijn wat serieuzer en meer bewust van hetgeen ze zien. Kortom vooral aan de eerste twee groepen kan je je af en toe ergeren (en die bestaan dan meestal weer uit engelsen dus dat is dan weer makkelijk). Het is sowieso al wennen om in een hostel te verblijven. Meestal heb ik in een kamer voor 4 personen geslapen met twee stapelbedden. Als het kan probeer je altijd zo snel mogelijk het onderste bed te bemachtigen. Maar dan nog is de kans dat iemand snurkt 100%. Ook is er altijd wel iemand aan het stappen en komt dan om half vier ’s-nachts ladderzat thuis en doet dan het licht aan en maakt veel lawaai. Maar goed was dan even een uitwijding voor het volgende verhaal.
N.B. druk op More voor de rest van het verhaal.

 
De eerste dag in Cairns dus de hele middag bezig geweest om de foto’s op het net te krijgen (snelle upload verbinding) en een trip te regelen. De tweede dag nog wat gerelaxet en met de twee Ierse meisjes naar het strand (=zwembad aan de kust) geweest. ’s-Avonds nog met Marc naar de bioscoop gegaan (I Robot met Will Smith). De volgende ochtend m’n grote rugzak in de opslag gedaan en werd ik al om 7:30 opgehaald voor de driedaagse tour. Bleek dat ik eigenlijk een dure tour had geboekt maar omdat ik hem onder een andere naam had geboekt bleek ik 200 dollar minder te betalen dan de anderen! (Dat is dus weer mooi meegenomen). De groep bleek uit 9 personen te bestaan. Een Australische vrouw die als twee druppels water op Ruby Wax leek (en dus ook al wat ouder was, zeker 40!). Twee engelse vriendinnen, een engels stelletje (onderwijzers want dan hebben ze een lekkere lange zomervakantie), een engelse architect van begin dertig, een iets oudere engelse onderwijzer en zowaar nog een Nederlands meisje. Kon ik eindelijk weer eens Nederlands praten want dat had ik al een tijd niet meer gedaan (behalve dan met Harrit en Leone).
Na het gebruikelijke papierwerk in Australie dat ik er bewust van ben dat ik een verhoogd risico loop en dit accepteer en een apart formulier dat als je in een rivier of beekje wil zwemmen je eerst allerlei medische vragen moet beantwoorden en dat je plechtig beloofd dat je niet zal verdrinken (echt waar!!!!, net Amerika), gingen we eerst naar de Skyrail. Dit is een kabelbaan van 7,5 km die net boven de boomtoppen van het tropisch regenwoud zweeft. Deze kabelbaan is net boven Cairns gesitueerd en is dus echt wat ze noemen een tourist trap. Deze is gemaakt om ook de minder valide medemens een kijkje in het tropisch regenwoud te gunnen. Ik vond er in ieder geval niet zo veel aan, en af en toe zelfs eng als de wind de gondel (die zo’n 40 meter boven de grond zweeft) heen en weer doet zwiepen. (Ik weet het! maar ik heb het niet zo op hoogtes!). Daarna ontbeten in Kuranda. Een zogenaamd Aboriginal dorp. Maar de Aboriginals zijn allemaal tegelijk een souvenier shop begonnen dus velen gingen gewoon op souvenierjacht. Het enige grappige is dat het echt op een heuvel in het tropisch regenwoud ligt.
Daarna doorgereden naar de middle of nowhere (volgens de gids de Outback (want achter de bergen) en anderen noemde het de Busch), waar we gelunched hebben. De lunch was echt geweldig. Allerlei verschillende salades, brood, kip, verschillende soorten vleeswaren, tortillas etc. 1 Iemand van onze groep heeft hier zelfs in een beekje gezwommen (wel eerst even tekenen dat je niemand aansprakelijk stelt!).
Daarna van de verharde weg afgegaan en door een heuvelachtig, zanderig, landschap met hier en daar een boom of struikgewas gereden naar Tyrconnell. Dit ligt midden in de Tablelands. Dit dorpje had ooit meer dan 1000 inwoners, en nu nog twee. In 1880 was hier namelijk goud ontdekt en groeide het dorpje als kool, maar de goudvooraad is nu niet meer redabel op te graven en dus sterft zo’n dorpje dan uit. Geslapen in/bij een echte goudmijn. Was echt geweldig. Leek net alsof je door een film heen loopt. Deze goudmeijn was in gebruik tot 1942 totdat er een japanse vliegtuig overkwam en iedereen in paniek is weggevlucht. (Later bleek het slechts om een verkenningsvliegtuig te gaan). Alles was dus nog aanwezig en hebben we een rondleiding door de gehele mijn en bijbehorende apparatuur gemaakt. Ook alle bijbehorende huizen stonden er nog allemaal en waren te bezichtigen (in eentje heeft zelfs Kyly Monogue nog een tijdje verbleven, ja echt interessant!). Ook nog in het huis van de eigenaars geweest en die waren net bezig om een aangelopen Wallaroe te voeren. Dit is dus een kruising tussen een Kangoeroe en een Walibie. Maar volgens hun is een Walibie niet te vertrouwen en een Wallaroe heeft wel en goed karakter. Nog naar de top van de berg geweest om de zonsondergang te bekijken. Daarna kampvuur gemaakt en daar heeft de gids echt een komplete maaltijd op gemaakt. Dan doen ze wat houtskool van het vuur onder en op de pannen. Zelfs werd er in een pan een cake gebakken die samen met de meegenomen vanille vla (custard) uitstekend smaakte.
’s-Nachts voor het eerst in een zogenaamde Sweg geslapen. Dit is weer echt iets Australisch. Een Sweg is een combinatie van een luchtbed, tent en slaapzak. Eigenlijk is het een grote zeer stevige zak met onder je een matras. Als het erg koud (wat het was) doe je er nog een slaapzak in. Verder slaap je dan gewoon onder de mooiste sterrenhemel van de wereld in de openlucht tussen de spinnen, slangen en schorpioenen. Verder toch uitstekend geslapen. ’s-Ochtends wakker gemaakt door de Koekoeboera. Dit is een vogel die het nodig vindt om net voor zonsopgang om 6:00 uur uitgebreid te gaan kwetteren. Nu is Australie toch al een echt vogeland want waar je ook loopt in de stad of natuur overal zie en hoor je vogels kweteren. Net alsof je door de dierentuin loopt omdat de vogels er meestal ook nog eens erg mooi uitzien.
Na zowaar een douche samen met een kikker doorgereden naar een natuurpark (Rainforest Wildlife Sanctuary in Port Douglas). Dit is een natuurpark waar we uitgebreid een rondleiding met uitleg van alle dieren en planten in het tropische regenwoud, de wetlands en steppe (o.a. weer de Koala’s). Het blijkt dat in de Daintree planten voorkomen waarvan iedereen dacht dat deze al 120 miljoen jaar geleden uitgestorven waren. Daarna doorgereden naar de Mosmann Gorge en hier een bushwalk gedaan. Weer vele mooie plekjes en dieren gezien. Op de terugweg nog naar een koffieplantage geweest en een uitgebreide demonstratie gehad over het maken en branden van koffie. Vervolgens met een pontje over de Daintree rivier. Nu werd het al weer donker en moesten we nog een stukje over een zandpad naar ons tentenkamp voor die nacht rijden. Opeens trapte de gids vol op de rem en begon ze bijna te huilen. Bleek ze over een Konings-Pyton (=wurgslang) heen te zijn gereden. Wij in het donker met de zaklamp uit de truck om het beest te zoeken. Lag hij (of zij) nog langs de weg. Ze leefde nog maar had een knik in de staart die bloede. Was een erg indrukwekkend beest van zo’n 2 1/2 a 3 meter lang. Daarna rustig doorgereden naar het tentenkamp op Cape Kimberley. ’s-Nachts nog op het strand met de groep gezeten. Alleen de Australische durfde niet mee omdat ze zeker wist dat we door zoutwaterkrokodillen zouden worden opgegeten (is dus niet gebeurd!). De volgende ochtend weer gewekt door de Koekeboura (mag je zo’n beest eigenlijk afschieten in een door de Unesco erkende World Heritage Listed Natuurpark?). Om 8:00 uur weer op pad richting Cape Tribulation. Halverwege weer een bushwalk gedaan en nu ook Mangrovebossen gezien. Daarna voorbij Cape Tribulation gereden via een zandpad richting Cooktown. Daar via kleine weggetjes en paadjes door het regenwoud gelopen. Uiteindelijk uitgekomen bij een beekje dat dwars door het bos liep. Hier heb ik nog in gezwommen omdat de gids zei dat er geen krokodillen in zaten. Wel wetende dat er onlangs een Duits meisje door een krokodil is opgegeten omdat de gids ook zei dat er geen krokodillen in zaten (dus lekker wel!!!). Vooral de zoutwater krokodillen schijnen erg teretoriaal en aggresief te zijn. Op de terugweg begin Ruby Wax die achteraan liep opeen te gillen. Wij teruggerend. Wou ze geen stap meer zetten omdat er net een grote zwart/gele slang haar pad had gekruisd. Moesten we op haar inpraten dat er zeker niets kon gebeuren omdat we onze fototoestellen bij ons hadden. Daarna gelunched op Cape Tribulation zelf. De kaap zelf is eigelijk niet zoveel. Het is een rots begroeit met regenwoud. Wel is er aan weerszijden een groot zandstrand met palmbomen en direct daarachter het tropisch regenwoud. Begrijp me goed het geheel was wel erg mooi, maar de kaap zelf is erg klein. Nog een enorme hagedis (ca 1 1/2 meter lang) gezien die de laatste maanden door alle dagjesmensen is gevoerd en dus nu voor voedsel komt bedelen. Vervolgens via een ijsfabriek die allemaal tropische ijssoorten maakt doorgereden naar de Daintree River. Hier hebben we een cruise gemaakt met echt waar Mr. Crocodille Dundee himself (leek er tenminste erg op). Hij was erg grappig. Als we een ander boot tegenkwamen pakte hij de interkom en begon te roepen: (So we have seen an crokodile eating an Cow, we have seen an Pyton struggeling with a Kangoeroo, So let’s see if we can see some birds!). Natuurlijk allemaal ingestudeerd maar de groep in de andere boot begon heftig te reageren dat zij eigenlijk nog niets gezien hadden en waarom hun gids niet zoiets voor ze kon opzoeken. Na de cruise nog via een uitzichtspunt waar iemand een sprong met een para-glider probeerde te maken maar absoluut niet lukte en ik volgens de anderen te luid commentaar gaf waardoor de piloot nog zenuwachtiger begon te worden teruggereden naar Cairns. Overigens heb ik de definieve sprong niet meer gezien. (Iemand nog een leuk berichtje in de krant gezien?).
Weer terug in het Hostel naar de kamer gegaan waar Marc nog steeds in verbleef. Hij weet nog steeds niet wat hij gaat doen dus blijft hij maar een beetje in Cairns hangen. ’s-Avonds nog naar de Ierse pub gegaan waar we weer een jongen tegenkwamen die ook bij ons op de zeilboot heeft gezeten. Vanochtend alles goed ingepakt voor de vlucht. Definitief afscheid genomen van Marc waar ik 3 weken samen mee heb opgetrokken en naar het vliegveld gegaan. Na een vlucht van 2 1/12 uur (beetje turbulentie, en zittende achter twee roddelende Nederlandse meisjes die dachten dat toch niemand Nederlands konden verstaan (!)) geland in Alice Springs. Na de klok een half uur teruggezet te hebben heb ik een busje van het Hostel gezocht (Annies Place, op aanraden van Martine en Tilly) en ben naar Alice Springs gereden. Wat opvalt is dat je nu echt door een dor gebied rijdt. Spullen in het Hostel gedumpt en meteen de stad ingegaan. Daar lekker wat te eten gehaald en op een bankje bij de rivier wezen opeten. Heerlijk zo met het kabbelende water op de achtergrond, dus NOT!!! De rivier staat hier 11 maanden van het jaar kurkdroog. Wat ook opvalt is de grote hoeveelheid vliegen die hier rondvliegen. Kan iemand daar eens iets aan doen? Dat zijn echt ondingen. Ik moet er denk ik maar gewoon aan wennen. Tenslotte wemelt het hier in de stad van de Aboriginals die geen bezigheid meer hebben. Moesten ze vroegen nog een week op jacht om wat te eten te bemachtigen, kan je het tegenwoordig in 5 minuten bij de supermarkt kopen. Hier moeten ze (Australische Overheid) echt eens iets aan doen en de mensen wat te doen geven. Nadat ik dit verhaal geschreven heb ga ik met Daniel, de Zwitser die ik op Fraser Island heb ontmoet een pilsje pakken. Morgen vroeg ga ik naar Ayers Rock (Uluru moet je tegenwoordig zeggen van de Abo’s=Aborigionals). Maar daarover dus later meer. Ik krijg nu dorst!

Olaf

3 Responses to “Negende verslag vanuit Alice Springs”

  1. Dit wordt een boek van 1000 pagina's Says:

    Zo, zo Olaf,

    wat een verhalen! volgens mij heb je het best naar je zin. Het leest lekker weg wat je allemaal opschrijft al is het wel errug veul.

    Zet ‘m op verder.

    groetjes
    Wick

  2. Ha die Olaf Says:

    Hoi Olaf,

    Klinkt erg gaaf. Je hebt een erg mooie tocht gemaakt volgens mij. Ik vond zelf Daintree forrest gebied en Northren Territory het hoogtepunt van de route. Wat jij schrijft over de reizigers in Australie is erg herkenbaar, Reken ook het quotum leraren maar eens uit, is ook zo’n 50%.
    Tip voor slapen in Jeugdherbergen: Doe een slaapmasker op (bewaren van het vliegtuig of een kopen en oordopjes of propjes WC papier. Heb je veel minder last van het licht dat de hele nacht aan en uit gaat en het gesnurk cq ander lawaai op de slaapzaal.

    Groeten van Paai

  3. bartisdertig Says:

    Ha Olaf!
    het blijft leuk om je verhalen te lezen, zo net na m’n lunch. Ben benieuwd of je de Ulura gaat beklimmen. Pas op voor uitglijdende Japanse bejaarden die je in hun val kunnen meesleuren! Ik vond zelf de …Sisters mooier.
    Gisteravond Erwin er weer uitgelopen, maar ik heb helaas geen getuigen…
    Viel Spass noch, Bart

Leave a Reply

You must be logged in to post a comment.

21 queries. 1.471 seconds.
Powered by Wordpress
theme by evil.bert